De fabriek ligt in het centrum in een arbeiderswijk. Het was wel lachen. Toen we 's ochtends om negen uur naar binnen gingen stonden er hooguit zo'n dertig paar schoenen. Er liep een man rond die zo snel mogelijk vier paar in verschillende maten in z'n handen nam. Ik keek mijn vrouw aan en ik pakte ook maar zo snel mogelijk een aantal paren in mijn handen. "O", zei ik tegen mijn vrouw, "gaat dat hier zo. Hou vast, want straks hebben we niets". Er kwam een medewerkster naar me toe en ze fluisterde iets. "Sorry, can't hear you". Iets harder fluisterde ze me toe, dat het andere heerschap een handelaar was. "When he's gone we will you show you more". Opgelucht zette ik de toegeëigende schoenen terug in het rek, want ze waren niet in mijn handen beland omwille de schoonheid, maar uit baldadigheid om niet het onderspit te hoeven delven. Toen de internetdealer vertrokken was, kwam Miss Jones met een rek vol dozen. Ik begon te kwijlen en nadat mijn vrouw met een tissue mijn mondhoeken had gedroogd, liet ik mijn ogen langs de dozen glijden. Helaas, in D was alleen een Chukka (unlined) voorradig. Zo'n dertig procent goedkoper, maar dan wel beschadigd aan de neus. No deal. Alle paren waren in meer of mindere mate beschadigd. Even kwam ik nog in de verleiding om toch maar wat te kopen, maar na wat trek- en duwwerk door mijn vrouw stonden we met een volle beurs weer op straat.
Er stonden geen handgrades uitgestald. Ik dacht dat ik ook schoenen kon kopen zonder mankementjes, maar dat lukte dus niet.