Ok jij een slak, doe ik het zout.
In deze context is het gebruik van het woord koolstofstaal toch echt wel marketing gereutel.
Er is vrijwel geen staal op de markt waar geen koolstof aan toe wordt gevoegd. Juist de koolstof geeft een groot deel van de eigenschappen die staal zo interessant maken voor de industrie.
Ik denk zelfs dat het lastig is om een stalen product te vinden waar geen koolstof aan de legering is toegevoegd.
Dus, roepen dat een van de grote (onderscheidende) pluspunten van een product is dat er koolstof staal in is verwerkt, is net zo iets roepen dat Audi zo goed is omdat er wielen onder zitten.
Zo ... het zout is op.
Zout?
Punt 1: Je doet aannames.
Punt 2: Je weet overduidelijk niet waar je het over hebt (maar weet dat zelf niet).
Punt 3: Je bent daar nog hooghartig en onaangenaam –èn
ad hominem– bij ook.
Drie redenen om je als gesprekspartner gevoegelijk af te voeren!
Met domme schreeuwers valt namelijk niet te
praten, zeker niet als ze het òf beter denken te weten, òf niet beter
willen weten.
Voorts het volgende:
"
Koolstofstaal is de naam die wordt gegeven aan staal met ten minste 0,60 gewichtspercent koolstof en minder dan 0,04 gewichtspercent zwavel of fosfor elk, doch met tevens minder dan 0,07 gewichtspercent van deze beide elementen tezamen."
(Les 1 is dus: bepaal definities. 't Is een
vakterm, kon je ook niet weten...)
En voor je over 'onderscheidende pluspunten' begint: de
essentie van het molenmes is de combinatie van materiaal en slijpwijze.
Door het hoge koolstofgehalte is het staal erg hard en bros, maar oxideert het ook enorm, permanent, aan de lucht.
Door de
dunnschliff betekent die oxydatie (en gebruiksslijtage)
dat het mes zichzelf scherp houdt.
Je hoeft het dus nooit te slijpen. Nooit! (Wist je dat wel eigenlijk?)
(Les 2 is dus: bepaal je onderwerp. In dit geval Molenmessen, geen Audi's.)
Ten derde vraag ik me überhaupt af wat je met je reactie denkt toe te voegen of te bereiken.
Iets inhoudelijks toevoegen doet het niet.
Inhoudelijke tegenspraak zie ik niet. Argumenten –voor wat dan ook!– lees ik niet.
Wat probeer je te betogen?
(Les3 is dus: bepaal je visie en standpunt en bouw van daar uit een betoog, of weerleg zonder betoog d.m.v. kale feiten, ofwel
beargumenteer. Iets!)
Wat je nu doet komt mij voor als kissebissen, brollen, tegenspreken om het tegenspreken, ja, zelfs als ruziezoeken, als ik niet beter zou weten.
Je mag me best 'niet mogen' –ik bèn ook helemaal niet aardig–, je mag me corrigeren –als je het beter weet en dat kan aantonen– en je mag met me van mening verschillen –als het onderwerp een opinie betreft–, maar wat je nu doet vind ik niet jofel.
Ruzie maken doe ik niet, daar vind ik
je ruzie te onbelangrijk voor.
Eénmalig energie steken in het verhelderen van die dispositie vind ik echter belangwekkend genoeg, dus zodoende.
Daar wilde ik het verder bij laten,
mon cher maboc.
Wat mij betreft is het daarmee gepasseerd.
Waarvan akte.
*EDIT* Gaf ik nou juist geen (historische) praktijkvoorbeelden waaruit bleek dat het molenmesjuist géén marketing-ding maar een van oudsher gebruikt beroepsgereedschap is, dat nu –pas– tot de beter geïnformeerde consumenten doordringt?
Als dat ook marketing is ben ik bang dat ik die hele campagne gemist heb, sorry.