Een heel leven strijden tegen namaak
‘Nummer 8’ zo heet misschien wel het bekendste mes van Frankrijk. Het heeft een handvat van hout en een inklapbaar lemmet. Het hoge carbongehalte van het lemmet maakt het product nogal gevoelig voor roest, maar dat is voor veel bezitters juist de charme ervan. Nadat je een stuk worst hebt afgesneden of er een appel mee hebt geschild, veeg je je mes schoon met een doekje. Af en toe inwrijven met een klein beetje spijsolie — een waar ritueel voor de fans — doet de rest.
Kleinzoon
De Opinel, voorzien van een veiligheidsring om onverwacht inklappen van het mes te voorkomen, wordt geassocieerd met kwaliteit en boerse eenvoud. Dat er in Frankrijk niemand is te vinden die het merk niet kent, is vooral te danken aan de woensdag op 88-jarige leeftijd overleden Maurice Opinel. Maurice was de kleinzoon van de uitvinder van nummer 8, Joseph Opinel die het bedrijf ook oprichtte.
Maurice Opinel
Maurice was 23 was toen hij in de zaak, toen in handen van zijn vader en oom, aan de slag ging. Zijn komst luidde een tijdperk van modernisering en expansie in. Onder leiding van Maurice verrees in Chambéry een ultramoderne fabriek waar uiteindelijk honderd werknemers de nummer 8 en ook luxere, roestvrijstalen messen produceerden. Van alle Opinel-producten wordt 80% nog altijd in Chambéry gemaakt, de rest komt uit Portugal.
Betrouwbaar zonder flauwekul
126 Jaar na de oprichting is de holdingmaatschappij Opinel nog geheel in handen van de familie. Dat wil zeggen de kinderen van Maurice, waaronder directeur Denis, en de kleinkinderen Matthieu, Clément en Hugo. In 2015 verkocht Opinel 4,5 miljoen messen. Van de productie was 20% bestemd voor de export, die nu zeventig landen bereikt. In de afgelopen tien jaar verdubbelde Opinel de omzet, die vorig jaar €20 mln bedroeg.
De groei van het bedrijf wordt toegeschreven aan een reorganisatie van het distributienetwerk in het buitenland en de diversificatie van de producten. Want het bleef niet bij messen. Maurice Opinel zag ook kansen in de keuken- en tuinsector en wist het imago van betrouwbaarheid zonder flauwekul van zijn merk te koppelen aan nieuwe gereedschappen. ‘Wij hebben altijd vol ingezet op innovatie’, zei hij een paar jaar geleden hierover in een gesprek met het tijdschrift Le Point, een van zijn zeer zeldzame interviews.
Juridische bescherming
Behalve in innovatie, stak Opinel veel tijd in een museum dat zo’n 50.000 bezoekers per jaar trekt en nog altijd het belangrijkste verkooppunt van de messen is. Maar de meeste energie ging misschien nog wel zitten in de strijd tegen een aanzienlijke hoeveelheid nep-Opinels, die de markt dreigden te verpesten. De namaak stak al omstreeks 1964 de kop op in Azië, toen hij net zijn oom Léon was opgevolgd als algemeen directeur. Maurice beet zich een heel arbeidzaam leven vast in de juridische bescherming van zijn merk en het aanvragen van brevetten. Zelfs het elegante silhouet van het mes is een gedeponeerd handelsmerk.
Rijke geschiedenis
Onlangs was Maurice Opinel op afstand, als voorzitter van de Stichting Opinel, getuige van een nieuwe mijlpaal. Opinel opende een filiaal in Chicago. Oninel werd in de VS al gedistribueerd in ketens als William Sonoma (keukens) en REI (tuincentra). De omzet aan de andere kant van de oceaan zou de komende vijf jaar met verkopen van $2 à 3 mln per jaar moeten verdubbelen en 10% van het totaal moeten uitmaken.
Maurice Opinel had eerder een voorgevoel dat de VS voor hem een groeimarkt zou kunnen zijn, omdat Amerikanen naar zijn idee dol zijn op producten die wortelen in een regio die tot de verbeelding spreekt en die een rijke geschiedenis hebben.