Mannen met baarden willen iets maskeren. Ontevredenheid met de kale ik, het uitblijven van een neutrale blik (je kent het wel; ongemakkelijk aan de rand van de dansvloer, waterig gestaar afgewisseld met trefzeker Blue Steel als er iemand naar je kijkt, maar nooit eenduidig tevreden). Of zoiets. Ze zijn nog niet in het reine met de onbehaarde uniekheid in elk geval, een groep voelt veiliger, uniforme harige maskers om onbezonnen te kunnen dansen – en natuurlijk vinden ze het allemaal wel erg jammer dat het mainstream is geworden. 'Ik had 'm al lang voordat!' De tweede houding. Extragratis. Ancienniteit als houvast in de lastige confrontatie met de ander. Want daar doen de bebaarden het voornamelijk voor. De ander. Een puberaal zwaktebod, en ze weten het. Maar iedereen blijft er maar intrappen. Behalve ik. Want de baard luistert zo langzaam als ik 'm toefluister in de spiegel.