Ik zag gisteren een leuk artikel over Vanità op FD.nl en ik vroeg me af wie hier op SF dat pak van vicuñawol heeft besteld.
Jonge fashionistas zien markt voor klassieke jasjes van peperdure wol3 mei 2010, 9:10 uur | FD.nl 2 Door: Hans de Jongh
Een nieuwe Oger willen ze niet zijn. Want voor de chique modezaak uit de Amsterdamse PC Hooftstraat halen de Haagse jonkies Mike Hendriks (23) en Alexander van Bellekom (26) hun neus op.Hun eigen Haagse winkel is een stuk exclusiever. Bij Vanità, de zaak die het tweetal op 5 december opende, is alleen maatwerk te koop, of liever gezegd 'aan te meten'. Dat betekent concreet dat er nauwelijks kleding aan de rekken hangt. En wat er hangt, is niet te koop. Het gaat om jasjes en pakken van de eigenaren zelf.
De garderobe van beide heren, fashionistas pur sang, dient als voorbeeld voor klanten die op zoek zijn naar 'authentieke' kleding. 'Dit is bijvoorbeeld een jaagjasje van Mike', zegt Van Bellekom. 'Met shooting pads erop - kun je de kolf van je dubbelloops Holland & Holland tegenaan leggen - met bijbehorende "bellows pockets", waar de patronen goed in kunnen en een "action back", zodat je wat meer ruimte hebt bij het naar voren draaien van de schouder als je aanlegt. Dat soort dingetjes zit er allemaal in.'
Wie ook zo'n jasje wil, kan bij Vanità een stof uitzoeken en zich de maat laten opnemen. Hendriks en Van Bellekom zorgen voor de rest. De stof wordt verstuurd naar een ouderwetse Britse kleermaker, of een Italiaanse als het om een heel duur pak gaat. Zes weken later komt het kledingstuk binnen, inclusief de aanpassingen en extra's waar de klant om heeft gevraagd.
Dat is heel wat anders dan bij Oger en de andere maatwerkwinkels die Nederland rijk is. 'Die trekken een klant een jasje 48 aan en spelden af wat er versteld moet worden', stelt Van Bellekom. 'Wij hebben geen basis: onze basis is de klant en de maten van de klant.'
Gebreide pochettenVan Bellekom is al jarenlang bovenmatig geïnteresseerd in herenmode. Als scholier spaarde hij voor mooie kleren en toen hij it-ondernemer was, hield hij genoeg tijd over om zijn eerste stappen te zetten in de herenmode. Op kleine schaal voorzag hij winkels van allerlei kleding, van dure pakken tot schoenen. Zo leerde hij Hendriks kennen. Die was na een ongelukkige carrière op de middelbare school terechtgekomen in de autobranche, waar het dragen van een pak verplicht was. Voor Hendriks was het geen straf. Hij leerde goede kleding te waarderen en begon met de import van Italiaanse overhemden. Toen hij op zoek was naar even iets anders - gebreide pochetten - liep hij Van Bellekom tegen het lijf.
Eind 2008 besloten beiden samen serieus van start te gaan. Ze wilden een winkel openen, zochten een locatie en vonden een financier. Dat laatste viel niet mee. De banken hadden geen zin om, midden in de recessie, geld te steken in een luxe kledingzaak die werd gedreven door twee twintigers. 'Die vonden het allemaal een schitterend plan en wensten ons verder heel veel succes.'
Niet om rijk van te wordenVan Bellekom kende gelukkig iemand die geld overhad. Deze persoon leende beide ondernemers euro 60.000, terwijl Van Bellekom en Hendriks ieder euro 10.000 in de zaak stopten. 'Dit is een privé-investeerder die het geld echt los heeft liggen en dat af en toe in leuke projecten steekt. Hij doet het ook niet zozeer om rijk te worden, want dat is ie al, maar hij weet dat hij zelf ook een keer als jonge ondernemer is begonnen.'
Even werd overwogen om in Amsterdam te beginnen, maar dat bleek te duur. Van Bellekom: 'Daar heeft iemand zich ooit eens met een nulletje verschreven in de huurprijzen. Dat zijn ze later vergeten eraf te halen.'
Rotterdam viel af, want dat is te veel een arbeidersstad waar men fijne pakken en hemden niet op waarde weet te schatten.
Haagse fine fleurBleef Den Haag over. 'Dit is een heel klassieke, formele pakkendragersstad.' In de Denneweg, waar de Haagse fine fleur haar inkopen doet, bleek een klein pand voor een relatief gunstig bedrag te huur. Hendriks en van Bellekom bedongen korting omdat ze van dezelfde eigenaar ook hun appartementen huren. Voor iets minder dan euro 3000 per maand konden ze hun deuren openen.
Sindsdien loopt het storm, zeggen beide ondernemers, al komen er tijdens het interview niet meer dan twee klanten binnen. Maar aan het einde van de week, vooral op zaterdag is het aanpoten. 'Dan worden we echt platgelopen.'
Dit jaar zullen Hendriks en Van Bellekom op zijn minst quitte spelen, bij een omzet van minimaal euro 350.000, wat neerkomt op iets meer dan 30 pakken per maand.
Geen vetpotMaar een vetpot zal het nooit worden, erkennen Hendriks en Van Bellekom. Exclusiviteit heeft namelijk een prijs, ook voor de ondernemer. 'Het blijft gewoon een dure locatie en we betalen redelijk wat aan verzendkosten', aldus Van Bellekom. 'Bovendien zijn het ook allemaal relatief kleine aantallen producten die hiernaartoe komen. Als je het per container uit Azië laat komen, ligt dat anders.'
Het commerciële succes van bijvoorbeeld Oger zullen ze daarom nooit evenaren. 'Bij Oger trekken ze het pak uit het vak en trekken het de klant aan. Die rekent het af en die is weg. Die hogere omloopsnelheid hebben wij niet. Wij moeten zes weken wachten voordat een pak binnen is. Maar Oger maakt zich wel veel minder druk om pasvorm en afwerking. Dat is nu eenmaal de aard van het bedrijf. Daar is op zichzelf niets mis mee: het is een ander type bedrijf.'
LamawolMeer dan naar het geld, gaat de liefde van Hendriks en Van Bellekom uit naar mooie materialen. Ze zijn er trots op dat ze sinds kort als enige in Nederland de stoffen van het Belgische Scabal verkopen. 'Dat is een wever van extreem luxe stoffen', aldus Van Bellekom.
Pas bestelde een klant een pak van euro 20.000 dat gemaakt is van Scabals wol van de vicuna. Dat is een soort lama die maar eens in de drie jaar geschoren kan worden. Dat maakt zijn wol kostbaar. Van Bellekom: 'Dit is de zachtste, mooiste en tevens duurste wolsoort ter wereld. Wij zijn nu voor dezelfde klant bezig er ook een overjas van te maken. Er is absoluut niemand in Nederland die dit heeft. Dat is heel simpel.'
VanitàIn een ander jasje
Om handgemaakte pakken betaalbaar te houden, maakt Vanità Tailored Clothing gebruik van een speciaal atelier. Het gaat om een rijke Brit die in het noorden van Engeland traditionele kleermakers bijeen heeft gebracht in één gebouw. De 'patroon' haalt wereldwijd voldoende opdrachten binnen voor de kleermakers, die anders hun ambacht zouden moeten opgeven.

Foto: Alexander van Bellekom (l) en Mike Hendriks
Copyright (c) 2010 Het Financieele Dagblad