ON TOPIC !
Er werd mij gevraagd om advies.
Well, here it is :
De belangrijkste stap in het maken van een pak is het strijken.
Er wordt ontzettend veel gestreken om alles in vorm te krijgen.
Wol heeft als eigenschap dat het -afhankelijk van de grammage- enorm uitrekt bij het strijken.
Bij handgemaakte pakken wordt er op verschillende tijdstippen tijdens het "assemblageproces" gestreken.
Bij de mouwinzet wordt de mouwkop "rond" gestreken, bij de revers wordt de plooi ervan "gerold".
Wanneer het resultaat ervan goed is, wordt de rand waar het voorpand met de tegenkijk (binnenkant) vast zit gepikeerd, m.a.w. gefixeerd d.m.v. een achtersteek.
Nu kan het zijn dat door het afkoelen van de stof de wol terug in zijn oorspronkelijke vorm komt waardoor de stof op die steek begint te trekken.
Traditionele kleermakers gruwen al van alles dat plakt, en weigeren dus halsstarrig om iets ter versteviging te gebruiken.
Bij de stoffen die ze vroeger hadden om mee te werken was dat ook niet nodig, iets wat je nu bij de winterstoffen ook nog kan zien. Die zijn zwaar genoeg.
Probleem is dat die mensen niet mee WILLEN evolueren !
In hun "jonge tijd" hadden ze nog niet de technologieën om fijne stoffen te weven, en twintig jaar geleden was een super 100 al héél wat.
De fijne Zegna-kwaliteiten (om maar een voorbeeld te noemen) vergen echter wat aanpassing in het maakproces.
Als ik zelf een pak maak (wat de laatste jaren door tijdsgebrek helaas niet meer voorvalt) gebruik ik ALTIJD een dunne strook "vliseline" om na het strijken de wol mee te fixeren.
Je ziet daar helemaal nix van, maar de wol blijft wel lekker in z'n herwerkte vorm, en de steken trekken niet meer.
Handwerk blijft in mijn ogen nog altijd de perfecte manier om een goed pak af te leveren, maar als je niet mee-evolueert met de huidige stoffen kan dat wel voor foutjes zorgen.
Gr.
T.
